Bijstand

Heeft u geen werk? Of heeft u te weinig geld om van rond te komen? Dan kunt u misschien een bijstandsuitkering krijgen van de gemeente. Het doel is dat iedereen die kán werken, ook werkt. En op die manier meedoet in de samenleving. Dit stimuleert de gemeente op allerlei manieren.

Aanvragen

Als u een bijstandsuitkering aanvraagt, beoordeelt de gemeente eerst of u kunt werken. En hoeveel u kunt werken. Als u geen werk heeft, maar wel kunt werken, dan begeleidt de gemeente u naar werk. Er zijn bijvoorbeeld diverse werkgelegenheidsprojecten. Via het Advies- en informatiepunt van de gemeente kunt u een afspraak maken voor een gesprek.

Regels

Voor iedereen die een bijstandsuitkering krijgt, gelden er duidelijke regels. Als u zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente uw bijstandsuitkering verlagen of stopzetten.

De belangrijkste regels zijn:

  • U moet aangeboden werk accepteren
  • U moet aangeboden werk proberen te behouden
  • Als de gemeente u ondersteuning of begeleiding naar werk aanbiedt, dan moet u hieraan meewerken
  • U moet zich – als de gemeente dat vraagt – inschrijven bij een uitzendbureau
  • U moet, als het nodig is, maximaal 3 uur per dag reizen om werk te krijgen
  • U moet er alles aan doen om de nodige kennis en vaardigheden te verkrijgen en te behouden (cursus, nascholing)
  • Uw kleding, uw (gebrek aan) persoonlijke verzorging of uw gedrag mag het krijgen van werk niet in de weg staan.

Tegenprestatie

Krijgt u een bijstandsuitkering en vindt u geen betaald werk? Dan kan de gemeente u vragen om een ‘tegenprestatie’ te doen. Om nuttige dingen voor de maatschappij te doen. Zodat u mee blijft doen in de samenleving. U krijgt hierdoor een sociaal netwerk en regelmaat in uw leven. Ook doet u ervaring op. Mogelijk vindt u hierdoor sneller een baan. De gemeente zoekt samen met u naar een passende invulling van de tegenprestatie. Als u een tegenprestatie weigert, mag de gemeente uw uitkering verlagen of stopzetten.

U hoeft geen tegenprestatie te doen:

  • als u een alleenstaande ouder bent, met de volledige zorg voor kinderen jonger dan 5 jaar
  • als u volledig arbeidsongeschikt bent (en dit niet meer verandert)
  • als u mantelzorger bent.

De Nederlandse taal

Als u de Nederlandse taal kent, kunt u beter meedoen in de samenleving. U vindt ook vaak makkelijker een baan. Met een bijstandsuitkering bent u verplicht om de Nederlandse taal te kunnen verstaan, spreken, lezen en schrijven (volgens de Wet taaleis). Op niveau van groep 8 van de basisschool. U moet dit ook kunnen aantonen met bijvoorbeeld een getuigschrift, certificaat of diploma. U kunt vanwege deze taaleis een persoonlijke uitnodiging krijgen van de gemeente. 

Kostendelersnorm

Voor de berekening van een bijstandsuitkering kijkt de gemeente naar uw woonsituatie. Uw bijstandsuitkering wordt berekend volgens de ‘kostendelersnorm’. Als u met meerdere volwassenen (kostendelers) uw woning deelt, dan leeft u goedkoper. Want u deelt dan de kosten voor het levensonderhoud (huur, maaltijden, verzekeringen). Daarom krijgt u minder bijstand als u samen met andere volwassenen woont. Minder dan wanneer u alleen zou wonen.

Deze personen tellen niet mee als kostendeler:   

  • jongeren tot 21 jaar
  • studenten
  • huurders met een zakelijk huurcontract en een huurprijs volgens de regels.

Bekijk deze informatiefilmpjes over de kostendelersnorm:

Percentage (%) van de bijstandsnorm per huishouden

Huishoudtype   Bijstand per persoon   Bijstand per huishouden
(als iedereen bijstand krijgt)
1-persoons-huishouden 70% 70%
2-persoons-huishouden 50% 100%
3-persoons-huishouden 43,33% 130%
4-persoons-huishouden 40% 160%
5-persoons-huishouden 38% 190%

Heeft u nog vragen?

Neem dan contact op met uw consulent bij de gemeente of met het Advies- en informatiepunt van de gemeente.